De afstanden in het park zijn groot en de wegen bochtig. Kies per dag één gebied.
1 Serra di Crispo (Tuin van de Goden)
Een hoge kam waar eeuwenoude pantserdennen tussen de rotsen groeien, verwrongen en gebleekt door de wind. Je bereikt hem te voet vanaf de Piani di Pollino.
Praktisch: Lange, zware tocht; ga met een gids of met goede ervaring.
2 De pantserdennen
De Bosnische den is in Italië een zeldzame relictsoort die vrijwel alleen in de Pollino groeit. De schors lijkt op pantserplaten, vandaar de naam.
Praktisch: Het best te zien op de hoge kammen; klim niet in de bomen.
3 Rotonda
Een dorp op een heuvel bij het hoofdkantoor van het park, bekend om zijn rode aubergines. Een handige uitvalsbasis vlak bij de A2.
Praktisch: Vrij toegankelijk; handig voor boodschappen.
4 Madonna del Pollino
Een heiligdom hoog op de berg boven San Severino Lucano, doel van een traditionele bedevaart in de vroege zomer.
Praktisch: Over de weg en te voet; vooral in de zomer open.
5 Rivieren en de kloven van de Lao
De Lao aan de Calabrische kant heeft diepe kloven uitgesleten die geliefd zijn om te raften. Andere beken en watervallen stromen door de bossen van het park.
Praktisch: Raften alleen bij erkende aanbieders.
6 Bossen en Arbëreshë-dorpen
Beukenbossen bedekken de hellingen en kleuren goud in de herfst. In het oosten houden San Paolo Albanese en San Costantino Albanese de Albanese taal en gebruiken in ere.
Praktisch: Vrij toegankelijk; rijd rustig op bergwegen.